Alles over de verkiezingen

Tweede kamer verkiezingen

verkiezingen_2kamerEens in de vier jaar kunnen Nederlanders van 18 jaar en ouder stemmen op de Tweede Kamerverkiezingen. Nederland is een representatieve democratie, dus wij kiezen de mensen die opkomen voor onze belangen in de regering. Het aantal stemmen wordt omgezet in procenten en aan de hand daarvan worden het aantal zetels toegekend aan de verschillende partijen. Maar hoe zit het precies?

Meedoen
Stemmen mag als je een Nederlands staatsburgen bent van minimaal 18 jaar oud. Je kan dan actief stemmen of zelf gekozen worden. Mensen die langer dan vijf jaar in Nederland wonen maar geen Nederlandse nationaliteit hebben, mogen alleen met de gemeenteraadsverkiezingen meedoen. Je mag niet stemmen als je onder curatele staat of als de rechter je kiesrecht heeft afgenomen.

Campagne voeren
In aanloop naar de verkiezingen presenteert elke partij het verkiezingsprogramma. Hierin staan de belangrijkste speerpunten. Politici van de partijen gaan de straat op om te vertellen wat ze de burger kunnen bieden en de partijen zijn veel in de media. In actualiteitenprogrammaā€™s en televisiedebatten vertellen en verdedigen ze hun standpunten.

Verkiezingen
Als alles goed gaat, zijn er eens in de vier jaar verkiezingen. Wanneer een kabinet eerder valt, komen er eerder verkiezingen. Bij de Tweede Kamerverkiezingen stem je op een partij en een persoon. De partij kiest een lijsttrekker, die bovenaan de kandidatenlijst komt te staan. Hij is het meeste in de media en krijgt meestal de meeste stemmen. De kiesdeler bepaalt hoeveel zetels de partijen krijgen. Met procenten wordt omgerekend hoeveel stemmen er zijn uitgebracht en hoeveel van de 150 zetels in handen komen van de partij.

(In)formatie
Als de verkiezingen zijn afgelopen, wordt het kabinet gevormd. In Nederland zijn dat altijd verschillende partijen die samenwerken. Een coalitie. De koning(in) benoemt een informateur die onderzoekt welke combinatie van partijen de grootste kans van slagen heeft. Als dat duidelijk is, vormt de formateur het kabinet met ministers en staatssecretarissen. De minister-president komt meestal uit de grootste regeringspartij.

Regeren
Het kabinet kan gaan regeren als het regeerakkoord er ligt. Op Prinsjesdag worden in de troonrede en miljoenennota bekend gemaakt wat er moet gebeuren en hoeveel geld er voor is. De oppositiepartijen, die niet in het kabinet zitten, hebben ook nog macht. Tijdens de regeringsperiode kunnen ze kritiek geven op plannen en andere ideeƫn indienen.

Comments are closed.